Hoe worden studenten gevormd?

Wat voor organisatie zijn jullie eigenlijk? Het is een veel gestelde vraag op de informatiemarkt tijdens de Leidse introductieweek (El Cid) voor eerstejaarsstudenten. Als studentenpastoraat staan we hier met een kraam en de menskracht die professioneel dit werk uitvoeren: een protestantse, een katholieke en humanistische ‘pastor’ (m/v).

“Onze gerichtheid is jouw persoonlijke ontwikkeling”, zeggen we tegen de eerstejaars die afkomen op onze uithangborden ‘Stilte en verdieping’, ‘Maaltijd en gesprek’, ‘Mens en maatschappij’, ‘Leven en keuzes maken’. Dan beseffen ze meteen dat een vluchtig gesprek over een eventueel lidmaatschap van een vereniging niet tot de mogelijkheden behoort. Want hier staan ze bij een organisatie die ‘ertoe doet’ en ‘ergens over gaat’.
Maar hoe dan? Wat moet ik me hierbij voorstellen?

“RAPENBURG100 is geen studentenvereniging. We zijn een organisatie op levensbeschouwelijke grondslag die activiteiten en ruimtes aanbiedt voor ontmoeting en verdieping. Daarnaast gaan we graag aan de slag met ideeën die jullie als studenten zelf aandragen en geven we training aan besturen van studie- en studentenverenigingen waar (beter) samenwerken, motivatie en stresshantering aan bod komen. Wij gaan ervanuit dat het met de focus op academische vorming wel goed zit, maar zijn benieuwd naar het antwoord op de vraag: wat voor invloed heeft dit alles in deze fase van jouw leven op jouw vorming als mens, als persoon? We hebben geen kant-en-klaar antwoord, maar brengen onze levenservaringen, onze expertise en onze levensbeschouwelijke achtergronden graag in gesprek met jouw ervaringen en groeiende inzichten om een voorlopig antwoord te formuleren.”    

Vaak genoeg komen verhalen los over stress, overspannenheid en burn-out

Dat is inderdaad wat we doen. Ontmoeting organiseren tussen en met studenten. Ze bij elkaar brengen in een sfeer van openheid, veiligheid en vertrouwen. Ze bij elkaar brengen om tijd in te ruimen voor wat we ‘een goed gesprek’ plegen te noemen. Een gesprek dat ergens over gaat, waarvan je voelt ‘dit doet ertoe’ of ‘hier kan ik wat mee in mijn leven.’ Het grootste compliment dat we kunnen krijgen is als studenten na bijvoorbeeld een Have-a-break- of Food-for-thoughtmaaltijd zeggen: “Ik kom zo graag, omdat ik hier helemaal mezelf kan zijn. Ik voel me gezien, gehoord en begrepen. Ik hoef me niet te verdedigen, maar kan twijfels, zorgen en vragen op tafel  leggen waar constructief op wordt gereageerd.” Of: “It feels like home.” 

Dat is ook zo mooi aan ons pastoraat, dat we zo’n klimaat met elkaar kunnen opbouwen en aanbieden. Tegelijkertijd geeft het aan in wat voor wereld studenten zich dagelijks bewegen, wat er van hen wordt gevraagd en verwacht en hoe ze daarin kunnen overleven. Vaak genoeg komen bij ons verhalen los over stresssituaties, overspannen gevoelens, overvraging, burn-outdreiging en onzekere toekomst (want soms geen werk na afstuderen).

Vanuit de maatschappij wordt druk gelegd op deze jonge mensen en dit ervaren bij tijd en wijle als zeer onaangenaam en niet draaglijk. Mét hen zoeken wij naar manieren om hier op een goede manier mee om te gaan, zodat het wel t dragen is. Centrale vraag: wat is er nodig om hiermee gezond en goed om te gaan? Wat past bij jou, jouw ethische kaders? Kun je goed voor jezelf zorgen en de ander toch niet vergeten? Wat zijn reële verwachtingen van ouders, van de hogeschool of academie, van jezelf in relatie tot beschikbaarheid van tijd en energie.

Nogal eens merken we dat iedereen iedereen opzweept tot maatstaven die soms aan het bovenmenselijke grenzen. Door tijd te nemen en vragen hierover te stellen, begeleiden we studenten om reële doelstellingen te formuleren en dichterbij zichzelf te blijven. Ook onderzoeken we uit welke basis zij putten om een goed mens te kunnen zijn in een constant veranderende wereld.

Pastoraat heeft voor mij te maken met heel ons zijn, met alles dat ons tot persoon maakt, met de existentiële lagen van ons mens-zijn, met hoe iedereen zijn of haar levensbeschouwing vormgeeft. Als studentenpastor mag ik meelopen om een bijdrage te leveren aan een gezonde en levensrijke persoonlijke ontwikkeling van studerenden. Anders dan vroeger moeten pastores moeite doen om gevonden te worden door studenten. Gelukkig lukt dat in veel gevallen.

WALTHER BURGERING